Het Ouden Huis: veiligheid en rust

‘Mijn droom is een woonplek voor ouderen waar zij met een prettig gevoel zelfstandig wonen, ook als ze zorg nodig hebben’, vertelt Karel van Berk, een van de twee initiatiefnemers van Het Ouden Huis.

Het Ouden Huis - Karel van Berk

‘Een woonomgeving die sfeervol en verzorgd is. Een plek waar je als bewoner trots op bent. En waar kinderen, familie en vrienden graag langskomen, omdat het er prettig en gezellig is.

Nu is de praktijk vaak nog heel anders.

Als samenleving vinden we bijvoorbeeld dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig moeten wonen, maar die zelfstandigheid heeft ook een keerzijde. Als je 85 bent, moeilijk ter been, en je woont in een straat met veel jonge gezinnen, dan is de kans groot dat je vrij eenzaam de dag moet doorkomen.

Bovendien wonen kinderen vaak verder weg. En zijn ze vaak druk met hun eigen leven. Ben ik zelf ook. Langere tijd regelmatig mantelzorg verlenen valt niet mee. Ik weet dat veel mensen echt wel iets voor hun ouders of ouderen in de buurt willen doen, maar werk, kinderen en andere verplichtingen vragen ook al veel tijd.

Een spagaat tussen willen en kunnen.

Ik zou willen dat de beleidsmakers daar ook reëler in waren. Het idee van de participatiemaatschappij, ik heb er weinig mee. Je legt daarmee een claim op mensen die ze gewoon niet kunnen waarmaken. En ik zie om me heen dat dat ook tot veel stress leidt. Je voelt je als kind of familie tekortschieten. En dat bevordert het contact en de aandacht niet. Uiteindelijk wordt de eenzaamheid onder ouderen misschien zelfs alleen maar groter.

Daar komen alle veranderingen in de ouderenzorg en de thuiszorg ook nog bij. De lijn is dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig wonen, in hun eigen huis. En terecht. Ook met Het Ouden Huis zetten we helemaal in op eigen regie.

Maar we moeten er ook weer voor oppassen om alle ouderen op dezelfde manier te behandelen. Niet elke oudere kan of wil zo zelfstandig functioneren. En soms lukt dat door omstandigheden echt niet meer. Dan is het volgens mij ook de kunst om elke oudere zo veel ruimte te geven als hij prettig vindt. De een wil meer zelfregie, de ander vindt het prettig om meer bij de hand genomen te worden.

Ik zag het bij mijn eigen ouders.

Zij hadden een traditioneel huwelijk, waarin mijn moeder zorgde en mijn vader regelde. Mijn moeder reed geen auto en wist ook niets van bankzaken. Na het overlijden van mijn vader moest ze haar leven helemaal zelf organiseren. Financiële zaken regelen, contacten onderhouden. Maar als vrouw van begin 80 lukte haar dat niet meer.

We probeerden als kinderen en aanhang bij te springen, maar toch vereenzaamde mijn moeder. Na een val is ze de laatste anderhalf van haar leven opgenomen geweest in een verzorgingshuis, en dat vond ik een pijnlijke periode. De klinische sfeer, de inrichting en het feit dat je als bewoner zo weinig zelf kunt bepalen vond ik benauwend. Ook woonde ze ver uit de buurt van haar oorspronkelijke woonplaats. Daarmee vallen veel contacten weg.

Bovendien zag ik hoe we als familie vooral druk waren met het regelen van bijvoorbeeld de was, de zorg, het huis en de financiën. Dat nam allemaal veel tijd in beslag en we kwamen minder toe aan gewoon bezoek, bij elkaar zijn, aandacht voor elkaar hebben. Terwijl dat is waar je als oudere behoefte aan hebt: aandacht en gezelligheid.

Die willen we met Het Ouden Huis wel geven.

Het Ouden Huis is een warme, verzorgde woonplek waar je als oudere helemaal zelfstandig woont. Maar wel contact en vertrouwde zorg dichtbij hebt. Als dat nodig is en als je dat zelf wilt. Tot je laatste dag.

Het mooie van Het Ouden Huis vind ik ook dat je als familie weer familie kunt zijn, en niet vooral mantelzorgers. Je kunt weer ‘gewoon’ tijd en aandacht voor elkaar hebben, omdat de zorg en allerhande praktische zaken goed en prettig geregeld zijn.

Zo geeft Het Ouden Huis veiligheid, zekerheid en rust. Voor bewoners zelf en voor hun kinderen en familie.’