Het denken over de zorg voor ouderen zit muurvast

Het artikel ‘Mantelzorg anno 2018’ (Vk, 22 januari 2018) maakt pijnlijk duidelijk wat er mis is in de zorg rond ouderen die hulp nodig hebben.

De ouderenzorg is gebaseerd op het idee dat ouderen zo lang mogelijk in hun eigen woning blijven wonen, ook als dat moeilijker wordt. Pas als het thuis echt niet meer gaat, mag een oudere naar elders verhuizen. Meestal is dat het verpleeghuis. Dat is echter een schrikbeeld, en daarom houden ouderen het thuis zo lang mogelijk vol. Zo zorgt het systeem er zelf voor dat ouderen zo lang mogelijk thuis willen blijven wonen. Een self-fulfilling prophecy.

De gevolgen zijn dramatisch. In het artikel Mantelzorg anno 2018 komen onder andere huisartsen, hoogleraren, de thuiszorgorganisatie en de politie aan het woord. Allemaal ervaren ze dat het systeem faalt in de zorg voor de vrouw met dementie waar zij mee te maken hebben. De professionals komen niet verder dan afstandelijke overwegingen, zoals: ‘Wie moet de regie pakken?’ ‘Er is een vacuüm.’ Ondertussen bezwijken de buren bijna onder de druk die zij als mantelzorgers op hun schouders voelen liggen. De mensen van vlees en bloed ontfermen zich over hun buurvrouw. Het systeem zwijgt in alle talen.

Pas als de ouderen en hun mantelzorgers helemaal uitgeput zijn, komt het systeem, als iemand daar al de aanzet toe geeft, in beweging. En dan begint de ellende. Want terwijl je als oudere en familie niet meer kunt, krijg je te maken met een woud van regels. Vaak moeten de oudere en zijn familie zich dan eerst verantwoorden tegenover vertegenwoordigers van het systeem. Die gaan bijvoorbeeld in alle rust beoordelen of de situatie echt wel zo nijpend is.

Wat opvalt in het artikel is dat alle professionals de oplossing voor het falende systeem in het systeem zelf zoeken. Zo staat er: ‘Waar de mantelzorg problematisch wordt en onmiddellijke opname in een verpleeghuis kennelijk niet kan, moet de gemeente een individuele oplossing bieden’. Maar zo werkt het in de praktijk niet. Welke gemeente kan op elk moment van de dag een individuele oplossing bieden binnen de altijd beperkende randvoorwaarden van het systeem? Datzelfde systeem dat ons laat denken dat iedereen zo lang mogelijk thuis wil blijven wonen?

Wie langer doorpraat met ouderen hoort een genuanceerder verhaal. Want ouderen willen natuurlijk graag zelf hun leven inrichten, net als iedereen. Maar alle ouderen met wie wij spreken, realiseren zich ook dat zij kwetsbaarder worden naarmate ze ouder worden. Zij vertellen ons dat zij het liefst op eigen initiatief, bijtijds en dus in redelijke gezondheid zouden verhuizen naar een gelijkvloerse woning. Een woning waar zij voor de rest van hun leven kunnen blijven, ook als zij zorg nodig hebben. Te lang wachten met het risico ineens overgeleverd te zijn aan ‘het systeem’ is een schrikbeeld voor veel ouderen. Net als de kans om ergens ver weg van hun eigen woonplaats ‘geplaatst’ te worden als zich een acute situatie voordoet.

Wat veel ouderen het liefst willen: in hun eigen woonomgeving waardig ouder worden, niet afhankelijk zijn van hun kinderen (als die er zijn) en de zekerheid hebben van een vertrouwde zorgverlener die dichtbij is, als er hulp nodig is. En niet meer hoeven verhuizen, ook niet als je 24-uurs zorg nodig hebt.

En dat kan. Zorg voor zelfstandige woningen voor ouderen in één gebouw, met een inwonende zorgverlener. Zo hebben ouderen de zekerheid van hulp op maat en raken mantelzorgers niet overbelast. De oplossing ligt niet in het zorgsysteem en vergt een omslag in denken bij bestuurders, woningcorporaties en investeerders.

Karel van Berk, Het Ouden Huis

 
© 2017 Het Ouden Huis